<-- 41. Verlossing (het verlangen naar...) -->

De kinderjaren van Drie, Vier en Vijf

Koelkast of vleugel

Tegen de tijd dat je verlangend naar boven kijkt in de hoop, dat er een zwaar voorwerp naar beneden suist en je uit je lijden verlost, is het misschien tijd om te denken aan een definitief afscheid. Pijnlijke hartklachten en brandende maagzweren zijn het niet waard als offer voor de "vreugde" en het "genot" van die hartelijke en warme ontvangsten door de club uit Pothuyzen.

Eigenlijk leken allle bezoekjes qua raarheid op elkaar. Sterker nog: of we nu 1, 3 of 50 anekdotes opschrijven… ze hebben alle met elkaar gemeen, dat het gaat over een meedogenloze opstelling jegens een medemens. Op deze pagina eventjes niet een aparte Mallekdote, maar een beschouwing over alle Mallekdotes bij elkaar:

Mallekdotes en meditatie

Zwartzaaddonor fantaseerde als hij aanbelde over welke voorwerpen voor zijn part op dat moment op hem zouden neerdalen. Dat was een soort van meditatieoefening: soms was het een bevrijdende Bauknecht-ijskast of verlossende Steinway-vleugel, die hij in gedachten uit een bovenraam zag vallen. Ook een vallend aambeeld had hem tijdig uit zijn lijden kunnen verlossen.

Afzeiken/taboes

Bereikte hij desondanks ongeschonden het binnenste van de woning, dan bleek ogenblikkelijk dat de wc van de dames niet werkte: Een begon - vaste prik - meteen met tegen hem aan te zeiken. Een regen van instructies daalde op en neer, zoals

  • "Zeg niet dit en zeg niet dat"

  • "ongepaste vraag zus" en

  • ongepaste opmerking zo..

  • verkeerd gekozen woord

Dominante uit drukking in dit rijtje taboes was het in haar mond bestorven citaat: "Want zulke dingen zeggen wij hier niet".

Sommige zeikerige onderwerpen werden zwijgend aan de orde gesteld. Ofschoon er op die manier dus gesproken woorden ontbraken, waren gebaren en handelingen overduidelijk. Die informeerden de bezoeker constant om afstand te houden tot het kind. Een efficiënt hulpmiddel daarbij was een massieve vleesmuur, die zich steeds tussen Zwartzaaddonor en het kind/de kinderen plaatste: Een zelve in al haar glorie. Haar uitzonderlijk goede kunst van afzeiken wilde ook wel helpen om een zekere fysieke afstand te bewerkstelligen. Je schrikt toch wel als je al die derrie over je heen kreeg, telkens als ze haar blaas leeg kneep.

Onuitgesproken teksten hingen als het ware in dreigende tekstwolkjes boven de hoofden van de kindertjes en de bezoekende vader: "Je komt te dicht bij de baby... en raak haar vooral niet aan met je tengels!" . Jullie staan te dicht bij elkaar!" Ja, ja er heerste dan weer het traditionele ontspannen sfeertje…

Negatief

Onze Pedagoocheldozen realiseerden zich niet, dat ze op die manier een overdaad aan negatieve prikkels/lichaamsignalen uitzonden. Of wellicht realiseerden zij het zich uitstekend en deden ze het expres. In de eerste jaren alleen nog maar in de richting van die arme Drie. Ondanks de hoop, dat er met de komst van nog twee kinderen enige verbetering in de menselijke omgang zou optreden, veranderde er geen snars.

Het leek er zelfs op dat het afschermen, het zogenaamde "beschermen" en het voortdurend eveneens zogenaamde "redden" van de kinderen een soort dagtaak werd. Standaard was de sfeer in huize Pottensteijn "om te snijden"…

 

 

Of om erop te parafraseren:

"De dames slepen hun messen zeer scherp…"