<-- 46. 1997 Een mijlpaal (einde aan wreed verbod) -->

Eén moment van ontroering

Is de wreedheid voorbij?

Op de 30e oktober van dat jaar was daar een mijlpaal: Drie werd 10 jaar. Zoals u weet waaide Zwartzaaddonor traditioneel pas een halve maand later aan als alle feestelijkheden met intimi voorbij waren. Hij kende zijn plaats… Het in 1987 uitgevaardigde fotoverbod vierde eveneens zijn tienjarig jubileum. In die opmaat naar het verjaardags"feestje" gebeurde er iets grappigs:

Omaatje lief

Als om de vorige alinea's (pag. 45) te logenstraffen… was er wel degelijk iemand, die geen blad voor haar mond nam. De moeder van Een was een vriendelijke, oude dame. Zwartzaaddonor heeft haar een enkele keer ontmoet en gesproken. Niets van dat agressieve, dominante karakter van dochter Een straalde van haar af. Zou Een wellicht een adoptiekind zijn? Belangrijk is, dat moeder en dochter wel eens met elkaar spraken, anders was de volgende anekdote niet zo'n leuke mallekdote geworden:

Jarig

I.v.m. Drie's 10e verjaardag had Zwartzaaddonor telefonisch contact met moeder Een. Daarbij wierp hij op, dat hij zich inmiddels 10 jaar strikt hield aan hun paranoïde fotoverbod. Of hij nu bij deze mijlpaal niet een fotootje mocht maken van zijn eigen dochter. De hele range aan babyfoto's, peuterfoto's, kleuterfoto's en die van het lagereschoolkind had hij al gemist. Die gelegenheid kwam nooit meer terug... en dat was al wreed genoeg. Misschien was er nu een moment van genade mogelijk.

Wel, Een klonk zorgelijk, maar zij zou overleggen met Twee. En warempel, kort daarop kwam er het verlossende bericht: hij mocht een fotootje maken.

In die periode kwam dit moeder van Een ook ter ore. In al die vreselijke 10 jaren is er uit die populatie nooit een keer een opmerking gekomen, waaruit Zwartzaaddonor troost kon putten. Iedereen leek dat intolerante fotoverbod - dat alleen onder dictatoriale regimes normaal is - ook de gewoonste zaak van de wereld te vinden. Mogelijk omdat beide dames execelleeren in het rechtpraten wat krom is. En toen stak Oma hem onverwacht een hart onder zijn riem. Het was haar in de voorgaande jaren opgevallen dat hele cohorten aan fotografen - meestal in een groep georganiseerde lesbo's - met ratelende en piepende camera's massaal foto's hadden gemaakt. Van Drie, Vier en Vijf. Dat mocht allemaal…

Toen moeder van Een vernam, dat Zwartzaaddonor pas na 10 jaar ook eens een foto mocht maken, sloeg ze de hand voor de mond en zei spontaan en geschrokken:

"Wat hebben jullie die man al die 10 jaren aangedaan?"

Dit is het citaat van het jaar

Chronische vergeetachtigheid

Ontwapenend nietwaar? Het zal de lezer niet verbazen, dat deze scène algauw werd vergeten. Als je daar jaren later nog wel eens op terug kwam, wisten de dames zich daar niets van te herinneren. Vooral schoondochter Twee niet! Uiteraard, want zulke mallekdotes kwamen haar natuurlijk helemaal niet goed uit. Ironisch genoeg was Oma op weg te dementeren, maar dochter en schoondochter leken er ook al vroeg mee te beginnen…

Hoe sneu, dat de enige uit die populatie die enige compassie met Zwartzaaddonor had, na enige tijd niet meer was op te voeren als getuige van die vernederende 10 jaar durende behandeling.

Ere wie ere…

Overigens is het interessant, dat Een heel vormelijk de opheffing van de Fotoban toelichtte. Je kunt denken van haar wat je wil, maar op dit punt was ze oprecht. Zo vertelde ze openhartig wat haar moeder ervan dacht... Daarom is haar toelichtende opmerking er niet minder geschift om. Dat was namelijk dit: "Tja, we wisten in het begin natuurlijk niet wat we aan je hadden… Dus we moesten een beetje voorzichtig zijn"

Dat is dus een gotspe van de bovenste plank: 10 jaar lang de kat uit de boom kijken. Zoveel wantrouwen… Hoe kun je dan iemands zaad gebruiken, tegen wie je een chronische verdenking tegen wat dan ook koestert? Hoe kun je dat wantrouwen rechtvaardigen tegenover de drie kinderen van die donor? Zulke vragen kunnen een moreel dilemma bewerkstelligen. Juist het begrip "moreel" was de zwakke plek bij de dames.

2003

Het was - jaren later (in 2003) dat Zwartzaaddonor een laatste telefoongesprek had met moeder Twee. Haar chronische geheugenzwakte manifesteerde zich toen weer eens. Toen Zwartzaaddonor refereerde naar de opmerking van haar schoonmoeder, beweerde Twee ijskoud "dat zij zich daar niets van herinnerde". Waarschijnlijk klopt dat wel, want wat herinnerde ze zich eigenlijk wel? Wie de vorige bladzijden heeft gelezen, zal gestruikeld zijn over de selectieve herinneringskunst van moeder Twee.

Een chronisch probleem was juist die geheugenzwakte, waarmee zij zich uit iedere netelige situatie kon lullen. Zo ben je nooit ergens verantwoordelijk voor. "Wir haben es nicht gewusst" heeft in de geschiedenis altijd goed gewerkt om vrijuit te gaan. Dé manier om je verantwoordelijkheid te ontlopen.

Als je Een's wazige en vage gezichtsuitdrukking zou moeten kenschetsen… dan zou je die eigenlijk het best kunnen omschrijven als die van de kat die de kanarie heeft opgegeten.

De vermoorde onschuld